Gisteravond is het experiment ’30 dagen zonder televisie’ beëindigd.
63 dagen zonder televisie is het uiteindelijk geworden.

Belangrijkste ontdekking: Ik heb moeite met niets doen.

Als je stopt met televisie kijken wordt het steeds makkelijker om de televisie niet aan te zetten.
Ineens heb je ‘n hele avond om te vullen met andere dingen.
Of met helemaal niets.
Dat was wel een groot besef: dat ik de neiging heb om ALTIJD iets te DOEN.
Probeer maar eens gewoon met je partner of alleen op de bank te zitten en niets te doen.
Gewoon zitten.
Niet eens praten.
Ik merkte dat ik daar onrustig van werd.
Maar volgens mij komt dat omdat iedereen in dit land altijd BEZIG is.
Als iemand aan je vraagt: “Wat ga je dit weekend doen?”
Dan moet je voor de grap eens antwoorden: “Niks.”
De ander zal je dan een beetje onwennig aankijken en iets zeggen als:
“Oh niks… Lekker met een boekje op de bank zeker of een filmpje…”
“Nee, niks. Ik ga niks doen.”

We zijn zo NIET gewend om niks te doen dat we er onrustig van worden.
Ik in ieder geval wel, heb ik gemerkt.
Maar ik ben van plan om te kijken of ik er ‘beter’ in kan worden.
Niks doen.
Gewoon zitten.
Verder niets.

Oh ja, het programma waar ik mijn experiment voor heb doorbroken is:
Voor de grap‘ van cabaretier Micha Wertheim.
Een programma over de invloed en werking van het nieuws.
Hier een fragment.